Auteur: Rico

Plant Manager Bennie Kroes over EPS-zwerfafval: “Zorg dat EPS ‘binnenshuis’ blijft”

Op 16 september is het zover: dan komen de leden van Stybenex in actie tijdens de NRK Buitenterreindag van de Nederlandse Rubber- en Kunststofindustrie. In aanloop naar deze dag interviewen wij Bennie Kroes, Plant Manager bij VBI Weurt. Met hem hebben we het over het onderhoud van zijn bedrijfsterrein en hoe hij voorkomt dat daar losse EPS-bolletjes rondzwerven.

Wat doen jullie om EPS-zwerfafval op en rond jullie bedrijfsterrein te voorkomen?

“Allereerst zorgen we ervoor dat EPS ‘binnenshuis’ blijft. Dit doen we door het hekwerk rondom ons terrein helemaal dicht te maken en op sommige plekken damwanden en groene doeken te plaatsen. Ook voorzien wij onze putten en kolken van zeven, zodat EPS niet via ons riool in het hoofdriool kan komen. Dat geldt overigens ook voor de afvoer van ons regenwater. We willen niet dat EPS in het slootwater terecht komt. Naast dat we ervoor zorgen dat EPS op ons eigen terrein blijft, maken we dit terrein ook regelmatig schoon. Dat doen we zelf, maar maandelijks komt er ook een hoveniersbedrijf langs die met een speciale stofzuiger ons hele terrein stofzuigt. Verder doen we dakinspecties en is het belangrijk om EPS op de juiste manier te verpakken, op te stapelen en te vervoeren. We rijden bijvoorbeeld altijd met gesloten vrachtwagens en door netten te spannen voorkomen we dat EPS wegwaait. Het is en blijft natuurlijk een zeer lichtgewicht materiaal.”

Wat kunnen afnemers, verwerkers en aannemers doen om EPS-zwerfafval te voorkomen?

“Download de verwerkingsvoorschriften! Iedere fabrikant stelt deze beschikbaar en hierin staat precies omschreven welke maatregelen je kunt treffen en welke gereedschappen je nodig hebt om EPS op de juiste manier te verwerken. Het gaat nu mis, omdat EPS vaak op dezelfde manier wordt behandeld als andere materialen. Dan gebruikt de timmerman op de bouwplaats dezelfde houtzaag voor het zagen van een balk als het op maat maken van een stuk EPS. Dit terwijl hij veel beter een gloeimes kan gebruiken.”

Schone Rivieren doet ieder jaar onderzoek naar de hoeveelheid zwerfafval langs de rivieroevers in Nederland. Dit voorjaar werd er relatief veel ‘piepschuim’, dus waarschijnlijk ook EPS, gesignaleerd. Hebben jullie enig idee waar dit EPS-zwerfafval vandaan komt?

“Ik denk dat een groot deel afkomstig is uit de scheepvaart, maar dat ook de bouwplaatsen en betonfabrieken langs de rivieren van invloed zijn. We hebben dat zelf ook gezien bij onze betonfabriek in Huissen. Hier worden onze vloersystemen geassembleerd en komen beton en EPS samen. Toen we een paar jaar geleden werden benaderd door GoClean omdat zij opvallend veel EPS-zwerfafval in de buurt van onze fabriek vonden, konden we twee dingen doen: óf onze kop in het zand steken óf onze verantwoordelijkheid nemen en zoeken naar een oplossing. Dat laatste hebben we gedaan en sindsdien trekken we samen op. We hebben al meerdere verbeteringen (o.a. het gebruik van kooien en netten) doorgevoerd en inmiddels is de hoeveel EPS-zwerfafval een stuk minder geworden.”

EPS is een circulair isolatiemateriaal. Het is niet schadelijk voor het milieu (immers: 98% is lucht), maar omdat het zo licht is, kunnen kleine stukjes wel makkelijk wegwaaien. Alle leden van Stybenex hebben zich verplicht om te zorgen voor ‘good-housekeeping’ op hun productielocaties. Door hun zorgvuldige transport van EPS wordt verontreiniging van landschap voorkomen. Stybenex spant zich in om verspreiding van EPS-zwerfafval ook op andere plekken, zoals bouwplaatsen, te voorkomen. Samen met partners verkennen we de mogelijkheden daarvoor. EPS hoort immers niet in het milieu, maar moet worden ingezameld om weer nieuwe EPS-producten van te maken.

Wil je op de hoogte blijven van het laatste nieuws over EPS, Stybenex en onze leden? Volg ons dan op Twitter en LinkedIn.

Jos bouwt duurzaam huis van EPS en beton

In Enschede staat een huis gemaakt van niets anders dan EPS en spuitbeton. Het gaat hier om een project van ingenieur Jos Olde Hanter. Jos bouwde eerder al een huis van EPS, maar toen er kavels aan ‘t Erve Brandemaat (bestemd voor toekomstbestendig, natuurinclusief en circulair bouwen) vrij kwamen, besloot hij om zijn systeem van EPS verder uit te testen.

EPS-systeem

Het zogenaamde M2-systeem is afkomstig uit Italië en bestaat uit een EPS-element met een geïntegreerd wapeningsnet (voor constructieve stevigheid) met aan weerszijden circa 35 mm spuitbeton. In het nieuwe huis is alles met dit systeem gemaakt; de wanden, de vloeren én zelfs het dak. Van een staalconstructie is geen sprake. “Het is super sterk, je hebt boven de ramen en deuren ook geen lateien meer nodig.” Volgens Jos zijn de mogelijkheden vrijwel onbeperkt. “Je kunt er ook heel makkelijk ronde vormen in aanbrengen. Of verdiepingen laten overhangen, dat is geen probleem.”

Foto: Oscar Siep/RTV Oost

Voordelen

Eén van de grootste voordelen van het bouwen met EPS is de hoge isolatiewaarde. Het energieverbruik – in combinatie met zonnepanelen – is nagenoeg 0. De wanden en daken hebben zelfs een RC-waarde van 6,6. Dat zit ver boven de gestelde eisen aan nieuwbouw. Daarnaast gaat bouwen met EPS heel snel. De systeemplaten worden genummerd aangeleverd en vervolgens als een soort bouwpakket in elkaar gezet. Slechts een klein team is nodig om deze werkzaamheden uit te voeren en ook leidingwerk en elektra kan makkelijk worden verwerkt.

Duurzaam

Jos denkt met zijn systeem een antwoord te hebben op de belangrijkste vragen in de bouwwereld. “Bouwen is op zichzelf niet een milieuvriendelijke bezigheid, maar noodzakelijk is het wel.” Uit onderzoek blijkt dat bouwen met een M2-systeem ongeveer 40 procent minder CO2-uitstoot oplevert ten opzichte van traditionele bouw. Dit komt vooral door de hoge isolatiewaarde, waardoor energieneutraal bouwen binnen handbereik lijkt. Tevens is bouwen met EPS betaalbaar, eenvoudig en brengt een dergelijk systeem zelfbouw een stap dichterbij. 

Bekijk hier de video die RTV Oost eerder over dit project maakte:

Wil je op de hoogte blijven van het laatste nieuws over EPS? Volg ons dan op Twitter en LinkedIn.

Slim Isoleren met EPS: begane grondvloer

EPS heb je in allerlei vormen en maten. Het wordt gebruikt als verpakkingsmateriaal, maar ook in de bouw is EPS onmisbaar. Je kunt er namelijk uitstekend mee isoleren!

In onze nieuwste video uit de serie ‘Slim Isoleren met EPS’ laat presentatrice Laurien Verstraten zien waarom EPS geschikt is voor het isoleren van de begane grondvloer.

Wil je op de hoogte blijven van het laatste nieuws? Volg ons dan op Twitter en LinkedIn.

Doorstart PolyStyreneLoop door Duits consortium

De eerder dit jaar failliet verklaarde recyclingfabriek PS Loop maakt een doorstart. Een Duits consortium van EPS-fabrikanten neemt de fabriek over. De fabriek wordt een dochteronderneming van GEC Group (German EPS Converters) en wordt o.a. ondersteund door de BEWI Group. Naar verwachting zal de fabriek 3.300 ton EPS-afval per jaar recyclen.

Door een innovatief chemisch proces wordt EPS materiaal opgelost en gezuiverd. Daarna wordt het omgezet in het gegranuleerde recyclaat zonder verlies van materiaalkwaliteit. De HBCD-vlamvertrager die in oudere EPS-platen voorkomt, wordt tijdens dit proces veilig verwijderd en vernietigd, terwijl de waardevolle broomcomponent wordt teruggewonnen.

Bekijk ook onze video:

Wil je op de hoogte blijven van het laatste nieuws over EPS, Stybenex en onze leden? Volg ons dan op Twitter en LinkedIn.

Meldpunt voor problemen bij verzekeren zonnestroomdaken geopend

Vanaf nu kunnen ondernemers hun problemen bij het verzekeren van zonnestroomdaken melden. Op initiatief van SlimIsoleren.nl is het meldpunt Onverzekerbaar zon-op-dak geopend. Samen met adviseurs, ontwikkelaars en gebouweigenaren wil SlimIsoleren de omvang van de problematiek in kaart brengen en politiek, beleidsmakers en verzekeringsmaatschappijen aansporen om snel tot een lange-termijn-oplossing te komen.

Het kabinet wil vanaf 2025 zonnepanelen op grote daken verplicht stellen. Tegelijkertijd zien verzekeringsmaatschappijen zonnestroomdaken met kunststof-isolatie als een vergroot brandrisico. Data om dit standpunt te onderbouwen is er echter niet.

De houding van verzekeraars waarbij ongefundeerd verzekering wordt geweigerd of bemoeilijkt, belemmert de energietransitie en brengt ondernemers (onnodig) in de problemen. Zij hebben de ambitie om hun daken te voorzien van zonnepanelen, maar kunnen deze daken vervolgens niet of alleen tegen torenhoge premies verzekeren. Een bekend voorbeeld is het voorval met het Thialf-schaatsstadion in Friesland, dat lange tijd (en tegen hoge kosten) haar zonnepanelen uitgeschakeld moest houden om verzekerd te blijven.

Ook minister Jetten voor Klimaat en Energie heeft de problematiek erkent in een brief aan de Tweede Kamer en laat enkele onderzoeken uitvoeren. Het meldpunt vormt een initiatief vanuit de isolatiesector om de urgentie van de verzekeringsproblemen te onderstrepen en een platform te bieden waar gedupeerden terecht kunnen.

Loopt u ook vast op de eisen die uw verzekeraar stelt aan toegepast isolatiemateriaal of dakbedekking op uw zonnestroomdak? Of weerhouden verhoogde verzekeringspremies u van het plaatsen van zonnepanelen? Meld u dan bij het meldpunt Onverzekerbaar zon-op-dak.

SlimIsoleren.nl is Nederlands nieuwste platform over duurzaamheid, brandveiligheid en welzijn in de bouw. SlimIsoleren is een initiatief van Stybenex.

Wil je op de hoogte blijven van het laatste nieuws over EPS, Stybenex en onze leden? Volg ons dan op Twitter en LinkedIn.

Efectis-rapport ‘Onderzoek brandveiligheid industriële platte daken met PV installaties’ nu beschikbaar

Begin dit jaar presenteerde Efectis Nederland het rapport ‘Onderzoek brandveiligheid industriële platte daken met PV installaties’. In dit onderzoek zijn 8 branden in Nederland onderzocht. Specifiek is naar de rol van isolatiematerialen gekeken. De verkregen inzichten zijn gebruikt voor het beschrijven van maatregelen die de brandveiligheid van industriële platte daken met PV-systemen bevorderen.

Het hele rapport is nu online beschikbaar.

Klik hier om het rapport te downloaden.
Press here for the English version.
Klicken Sie hier für die deutsche Version.

Liever een samenvatting lezen? Lees dan het artikel ‘Branden op industriële platte daken met zonnepanelen: dit leren we ervan’.

Wil je op de hoogte blijven van het laatste nieuws over EPS, Stybenex en onze leden? Volg ons dan op Twitter en LinkedIn.

Dit is het Nationaal Isolatieprogramma op hoofdlijnen

Op 2 april kondigde het kabinet het Nationaal Isolatieprogramma aan. Doel van dit programma is het isoleren van 2,5 miljoen woningen in de periode tot 2030. Middels vier actielijnen wil het kabinet sneller, slimmer en socialer isoleren. Hoe precies? Dat lees je in dit artikel. Wij zetten de belangrijkste hoofdlijnen uit het Nationaal Isolatieprogramma op een rijtje. 

Waarom een Nationaal Isolatieprogramma?

Het tempo van energie besparen en isoleren moet omhoog, omdat:

  • Er steeds meer isolatiemaatregelen worden genomen, maar nog te weinig
  • Er 1,5 miljoen woningen zijn met energielabel E of slechter
  • De energieprijzen al maanden aanhoudend hoog zijn
  • We minder afhankelijk willen zijn van aardgas uit Rusland

De vier actielijnen

Om dit voor elkaar te krijgen, heeft het kabinet de volgende vier actielijnen geformuleerd:

1. Rijk en gemeenten isoleren samen 750.000 koopwoningen

Gemeenten kunnen meerjarige plannen indienen en worden gevraagd zich te richten op woningen met de slechtste energielabels.

2. Verhuurders isoleren 1 miljoen huurwoningen

De afspraken uit het coalitieakkoord over normeringen en positieve financiële prikkels moeten ertoe leiden dat 700.000 sociale huurwoningen en 300.000 particuliere huurwoningen naar de standaard worden geïsoleerd.

Afspraken met woningcorporaties moeten ervoor zorgen dat huizen met energielabels E, F en G na 2028 nagenoeg niet meer voorkomen.

(Kleine) particuliere verhuurders worden gestimuleerd te isoleren en de regelgeving voor initiatief- en instemmingsrecht bij huurders wordt aangepast.

3. Huiseigenaren isoleren zelf 750.000 koopwoningen

Met aantrekkelijke subsidies en een communicatiecampagne wil de regering 750.000 huiseigenaren stimuleren zelf hun koopwoning te verduurzamen.

Eigenaren krijgen vanaf 1 januari 30% subsidie op isolatiemaatregelen als zij hun huis op meer dan twee manieren verduurzamen. Vanaf 1 januari 2023 is deze subsidie ook geldig als eigenaren hun huis slechts op één duurzaamheidsaspect aanpakken.

4. Samen energie besparen

De regering blijft gemeenten en woningcorporaties ondersteunen om energiearmoede onder kwetsbare inwoners te voorkomen. Het kan daarbij gaan om het beschikbaar stellen van energiebesparende producten, maar ook om het geven van begeleiding in de vorm van energiecoaches.

Met deze maatregelen wil de regering ook de bewoners in nog niet geïsoleerde huizen tegemoetkomen.

Verder…

  • Worden de subsidies Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing (ISDE) en Subsidie Energiebesparing Eigen Huis (SEEH) uitgebreid
  • Wordt Financiering Nationaal Warmtefonds makkelijker en toegankelijker
  • Gaan makelaars, taxateurs, hypotheekadviseurs en financiers huiseigenaren adviseren over het verduurzamen van slecht geïsoleerde woningen
  • Kunnen huiseigenaren op verbeterjehuis.nl zien hoe en met welke subsidies zij hun woning kunnen verduurzamen

In totaal heeft het kabinet 4 miljard euro rijksbijdrage beschikbaar gesteld om 2,5 miljoen woningen in de periode tot 2030 te isoleren.

Benieuwd naar het complete programma? Klik dan hier.

Wil je op de hoogte blijven van het laatste nieuws over EPS, Stybenex en onze leden? Volg ons dan op Twitter en LinkedIn.

Brandveiligheid PV-panelen op platte daken

Met de exponentiële groei van het aantal zonnepanelen op daken neemt ook de discussie over de brandveiligheid een vlucht. Testen en onderzoek tonen aan dat de oplossing niet ligt in de keuze van de dakbedekking of thermische isolatie. Deze opvallende conclusie lezen we in de Position Paper van ProBitumen, die in januari 2022 is verschenen. Ook Efectis heeft onderzoek gedaan en komt tot dezelfde conclusies. Waar liggen dan wel de risico’s en hoe zijn die te verkleinen?

De zonne-energiesector groeit hard. Eind 2020 zijn ongeveer 34 miljoen zonnepanelen (Photo-voltaïsche of PV-panelen) geïnstalleerd. Dat zijn 3,4 miljoen zonne-energiesystemen. Een groot deel is geplaatst op woningen en industriële platte daken. Met die ontwikkeling komt ook het thema brandgevaar in beeld. Verzekeraars stellen steeds vaker eisen aan de brandvoortplantingsklasse van het daksysteem. Het beperken van de schadelast door branden van PV-installaties op daken leidt bij verzekeraars en verzekeringsmakelaars tot aanpassing van de polisvoorwaarden.

Verzekeraars stellen ook vaker eisen aan de brandveiligheid van het daksysteem die uitgaan boven de bouwvoorschriften. Wettelijk worden namelijk uitsluitend eisen gesteld aan de brandbaarheid van bovenzijde van het dak en aan PV-installaties zelf. Verzekeraars schrijven echter bepaalde daksystemen of -materialen voor of sluiten die juist uit en er worden eisen als ‘onbrandbaar’ geformuleerd. In hoeverre die eisen daadwerkelijk bijdragen aan de brandveiligheid kan men zich echter afvragen. Het totale aantal branden met PV ten opzichte het aantal geïnstalleerde PV-systemen is bovendien klein.

Brandoorzaken

TNO voerde in 2018 in opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) een onderzoek uit naar 23 brandincidenten met woonhuizen die plaatsvonden in 2018. Daarvan waren er drie op een plat dak, waarvan twee op een woning. De rest betrof hellende daken. In een derde van de brandgevallen betrof het incident zogenaamde indak-PV-systemen (ook wel Building Integrated PV of BIPV) op hellende daken.

Efectis kon in de periode van 2016-2021 acht branden bij industriële daken vaststellen en beoordelen. Informatie over deze branden werd opgevraagd bij het Team Brandonderzoek van de betrokken brandweerregio’s. Ook is gebruik gemaakt van op internet beschikbare beelden.

De oorzaak van branden bij PV-installaties is volgens TNO in de meeste gevallen een probleem met de connectoren (‘cross mating’). Schade-experts schatten problemen met connectoren als veruit de belangrijkste oorzaak in: schattingen lopen uiteen van 80 tot zelfs 90 procent van alle branden, aldus het TNO-rapport. Efectis concludeert dat de afstand tussen zonnepanelen en het dak van grote invloed blijkt te zijn op de temperatuur en de snelheid van vlamuitbreiding. Zo laat analyse van de branden zien dat bij rijen zonnepanelen die minder dan een halve meter van elkaar liggen, de brand zich over en onder de panelen verder ontwikkelt. Daarbij maakt het niet uit welk type dakbedekking of isolatiemateriaal aanwezig is.

Branduitbreiding

Efectis meldt dat bij de meeste onderzochte branden de brandontwikkeling beperkt is gebleven tot het gebied van de zonnepanelen. Daar waar de zonnepanelen branden en er geen ballast (in de vorm van grind of tegels) op het dak aanwezig is, zal de dakbedekking aan de verbranding deelnemen en zal (ongeacht het type dakbedekking en isolatie) de isolatie beschadigd raken of aan de verbranding deelnemen. Buiten het gebied waar de zonnepanelen liggen, is de brandontwikkeling over het dak gelijk aan een normale brandontwikkeling op een plat dak.

Wanneer sprake is van openingen of sparingen in het dakvlak, zoals bij doorvoeringen en daklichten, kan branduitbreiding naar binnen plaatsvinden. Bij de onderzochte branden op industriële daken zijn risicovolle situaties aangetroffen, met diverse typen dakbedekkingen en isolaties, die voor branduitbreiding via sparingen had kunnen zorgen. De toepassing van geperforeerde dakplaten met akoestische isolatie in PE zakken zorgt voor onvoldoende brandwerendheid om uitbreiding naar binnen als gevolg van een brand op een dak met smeltende dak- en installatiematerialen te voorkomen.

Bij brand in de installatie behorende bij de zonnepanelen kan de brand zich ongeacht het type dakbedekking en isolatie langs de kabels uitbreiden naar de zonnepanelen en andere delen van het gebouw. Bij geen van de onderzochte branden is volgens Efectis de brand uitgebreid tot voorbij een brandwerende scheiding.

Bouwregelgeving en brandgedrag

Bouwbesluit 2012 stelt eisen aan de brandbaarheid van de bovenzijde van het dak. Daarvoor verwijst Bouwbesluit 2012 naar NEN 6063:2019 ‘Bepaling van het brandgevaarlijk zijn van daken’. Die norm is gebaseerd op het voorkomen van brand door vliegvuur: vonken en klein brandend materiaal dat door de lucht op het dak terecht kan komen als gevolg van een brand in de omgeving. Wettelijk worden er echter geen eisen gesteld aan de brandklasse (Euroklasse) van dakbedekkingsmaterialen en dakisolatiematerialen. Overigens is er ook geen onderscheid tussen de brandklassen voor de verschillende baanvormige flexibele dakbedekkingen van verschillende materialen (bitumen, kunststof en synthetische rubber): ze vallen allemaal onder brandklasse E.

Soms wordt een FM Approval geadviseerd of zelfs voorgeschreven. Een FM Approval is een Amerikaans keurmerk dat in Nederland geen wettelijke status heeft. Het wordt afgegeven door FM Approvals, dat onderdeel is van de verzekeringsmaatschappij FM Global. FM Approval heeft betrekking op verschillende veiligheidsaspecten, maar er is geen relatie tussen de eisen van FM en de lokale, nationale eisen ten aanzien van veiligheid. Er zijn verder door FM Approval voor zover bekend geen testen gedaan op dakbedekkingssystemen met PV. Het voldoen aan nationale eisen ten aanzien van windvastheid en weerstand tegen vuur kan dan ook niet worden aangetoond met een FM Approval. De FM-classificatie heeft ook geen relatie met de Euroklassen: een product met een Euroklasse E kan een FM Approval class 1 hebben. Sommige verzekeringsmaatschappijen hechten ten onrechte aan de FM Approval.

Regelgeving PV-systemen

PV-installaties zijn elektrische installaties en moeten voldoen aan de wettelijke (veiligheids)eisen voor elektrische installaties. Vanuit Bouwbesluit 2012 moet de installatie voldoen aan de eisen in NEN 1010  ‘Laagspanningsinstallaties’ voor zover die betrekking hebben op veiligheid. In 2015 is NEN 1010 uitgebreid met eisen aan PV-installaties (deel 712). In NEN 1010 wordt expliciet gesproken over het voorkomen van brand als gevolg van kortsluiting en oververhitting in de installaties. DCconnectoren waarmee leidingen aan elkaar worden verbonden, moeten voldoen aan NENEN-IEC 628529, op een manier dat ze goed bij elkaar passen. Verschillende merken onderling zijn wellicht niet compatibel en daardoor samen ongeschikt. Het is daarom alleen toegestaan een stekker en contrastekker van een verschillend fabricaat toe te passen als beide fabrikanten de compatibiliteit onderschrijven. Daarnaast is er een wettelijk verplichte CE-markering op componenten van PV-systemen.

Kwaliteitssystemen PV-installaties

In de Benelux zijn er geen wettelijk verplichte kwaliteitssystemen voor PV-installaties. In Nederland bestaat het Zonnekeur als vrijwillige kwaliteitsregeling. De regeling is bedoeld voor installatiebedrijven en verplicht hen producten te leveren, die aan de eerdergenoemde normen voldoen en stelt eisen aan vakbekwaamheid. Op dit moment zijn er een kleine 70 installatiebedrijven erkend.

InstallQ ontwikkelt in samenwerking met Techniek Nederland, Holland Solar en Verbond van Verzekeraars een nieuwe kwaliteitsregeling voor installateurs van PV-installaties. SCIOS heeft recent een inspectieregeling voor zonnestroominstallaties (scope 12) geïntroduceerd. De inspectieregeling voorziet in een keuring achteraf, waar de regeling van InstallQ zich richt op het proces van ontwerp tot en met aansluiting. De indruk bestaat dat de kwaliteit van de installaties daardoor de afgelopen periode verbetert.

In het Verenigd Koninkrijk ten slotte kennen ze een min of meer verplichte MCS13-certificatie zowel voor componenten (MCS005) als voor de installatiebedrijven (MIS 3001). De productcertificatie is gebaseerd op de EN-normen 6121514 en 6173015. Veel Europese leveranciers van PV-panelen hebben die certificaten voor de door hen geleverde producten.

In de genoemde kwaliteitsregelingen en normen (behalve NEN 1010) lijken geen directe eisen te worden gesteld gerelateerd aan het voorkomen van het ontstaan van brand door kortsluiting of oververhitting.

Testen

In opdracht van ProBitumen heeft KIWA-BDA in het voorjaar van 2021 twee series testen uitgevoerd op de combinatie dakbedekking en PV-panelen. ProBitumen is de branchevereniging van in de Benelux gevestigde producenten en leveranciers van bitumineuze afdichtingmaterialen. Bij de testen is gekeken naar het gedrag van glas-foliepanelen en glas-glaspanelen met zowel bitumen als EPDM en PVC dakbedekking. Bij de tests met glas-folie-panelen bleek dat de panelen gaan branden en kort daarna de dakbedekking. Binnen 4 tot 5 minuten ontwikkelt de brand zodanig dat de brand moest worden geblust. Bij de glas-glaspanelen zien we een vergelijkbaar patroon. De panelen en de dakbedekking gaan branden en de brand moet na 5 tot 8 minuten worden geblust. Het resultaat van de tests is dat het niet uitmaakt welke dakbedekking wordt toegepast.

Brancheverenigingen NVPU (Nederlandse Vereniging van Polyurethaan hardschuim-fabrikanten) en Stybenex (vertegenwoordiger Nederlandse fabrikanten van EPS producten) hebben soortgelijk onderzoek laten uitvoeren. Stybenex liet bijvoorbeeld Efectis Nederland onderzoek doen naar branden bij toepassing van zonnepanelen op industriële platte daken. Efectis komt in januari 2022 tot dezelfde conclusies als KIWA-BDA. De keuze van de dakbedekking is dus niet de oplossing van het probleem. Die moet worden gezocht in maatregelen ter beperking van de voortplanting van de brand, zoals maximale omvang van een cluster panelen, de oriëntatie, compartimentering en een afscherming tussen de panelen en de dakbedekking.

Aanbevelingen

Efectis doet een aantal aanbevelingen om brandschade te voorkomen of beperken.

  • Schakelkast op onbrandbare ondergrond

    Bij brand in een schakelkast kan een brand zich van daaruit ontwikkelen over het oppervlak van het dak. Plaats de kast daarom op een onbrandbare ondergrond, zoals betontegels. Rondom de kast kan bijvoorbeeld met twee stroken betontegels van 30 x 30 cm het dakoppervlak afgeschermd worden, zodat de eerste brandontwikkeling wordt beperkt.

  • Brandwerende voorziening kabelgoot

    Vanuit de schakelkast zal de brand zich als gevolg van een kortsluiting in de kabels vrijwel altijd in de richting van de zonnepanelen ontwikkelen. Zorg daarom dat de kabels vrijgehouden worden van het dakoppervlak en er bij voorkeur een brandwerende voorziening aangebracht wordt tussen de kabelgoot en het dakoppervlak. Dit kan door de kabelgoot bijvoorbeeld op een strook betontegels te plaatsen.

  • Metalen ondersteuningsconstructies

    Om de brandontwikkeling met name onder de panelen zoveel mogelijk te beperken, zou het gebruik van kunststoffen in de ondersteuningsconstructie van de zonnepanelen beperkt kunnen worden. Gebruik van metalen ondersteuningsconstructies beperkt de ontwikkeling van de brand.

  • Voldoen aan testmethoden en normen

    De NEN-werkgroep ‘Brandveiligheid van PV-panelen in en op de gebouwschil’ werkt aan een systeem dat meer duidelijkheid geeft over de relatie tussen het effect van een potentiële brand en de kans op deze brand. Aansluitend op de huidige testmethodes adviseert Efectis om de dakconstructie ten minste te laten voldoen aan de in België voor dakafdichtingen verplichte EU-klasse Broof (t1), in overeenstemming met EN 13501-5 (Brandclassificatie van bouwproducten en bouwdelen) of aan de classificatie niet brandgevaarlijk conform NEN 6063 (Brandgevaarlijkheid dak bij vliegvuur). Daarnaast is er NEN 7250; de norm voor de integratie van zonnepanelen en zonnecollectoren (zonneboilers) in gebouwen. Deze norm is niet aangewezen in het Bouwbesluit, maar toepassing wordt aanbevolen.

  • Ballast onder zonnepanelen

    Voor een dak voorzien van ballast adviseert Efectis om het grind, of als alternatief betontegels, ook onder de zonnepanelen aan te brengen om zo de aanstraling van de dakbedekking te voorkomen en verdere brandontwikkeling te beperken. Een andere mogelijkheid is om tussen de zonnepanelen en het dak een plaat aan te brengen waardoor directe warmtestraling naar en vlamcontact met de dakbedekking voorkomen wordt.

  • Afstand tussen zonnepanelen en doorvoeren en daklichten

    Ongeacht het toegepaste type isolatie kan er uitbreiding naar binnen toe plaatsvinden via doorvoeringen, openingen in de dakplaat en via daklichten en lichtstraten. Rondom daklichten en doorvoeringen adviseert Efectis daarom de zonnepanelen op een voldoende veilige afstand te plaatsen.

  • Barrière bij geperforeerde dakplaat

    Wanneer een geperforeerde dakplaat is toegepast in combinatie met bij brand smeltende materialen kan er een open verbinding ontstaan tussen de zonnepanelen en de binnenruimte. Er bestaat dan een kans op branduitbreiding naar binnen. Bij toepassing van een geperforeerde dakplaat adviseert Efectis om een barrière aan te brengen, waardoor een brandwerend dak ontstaat en geen risico van branduitbreiding naar de binnenruimte plaatsvindt. Gedacht kan worden aan het aanbrengen van een vlamdichte plaat tussen zonnepanelen en dak of een brandwerende beplating aan de onderzijde van de isolatie of aan de onderzijde van de dakplaat.

Conclusies

Een conclusie die uiteindelijk kan worden getrokken is dat de opbouw van de dakbedekkingsconstructie niet de oplossing is voor het brandrisico van daken met PV-panelen. ProBitumen pleit daarom voor een aanpak gericht op het voorkomen van brand door een PV-installatie en het ontwikkelen van effectieve maatregelen parallel daaraan. Daarvoor is kennis van het brandgedrag van PV-installaties op daken nodig. In het ontwerp van een PV-installatie voor het platte dak moeten al maatregelen ter beperking van de brandvoortplanting worden meegenomen. Dan kan worden gedacht aan de maximale omvang van een cluster panelen, de oriëntatie, compartimentering en een afscherming tussen de panelen en de dakbedekking.

De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) kan een rol spelen in het geval het gaat om nieuwbouw. De kwaliteitsborger zou een PV-installatie als risico moeten bestempelen en toezicht moeten houden op de montage en de installatie. Dat geldt niet voor plaatsing van PV-installaties op bestaande gebouwen. In veel gevallen is dat vergunningsvrij.

Dit artikel is geschreven door Frank de Groot en verscheen eerder op BouwTotaal.nl.

Wil je op de hoogte blijven van het laatste nieuws? Volg ons dan op Twitter en LinkedIn.

Eerste resultaten van pilots voor EPS uit sloop bekend

Voortaan is het mogelijk om ook EPS uit de sloop te recyclen. De nieuwe recyclingfabriek PolyStyreneLoop (PS Loop) in Terneuzen is vorige zomer gestart en recyclet HBCD-houdend EPS (van vóór 2016), zodat ook dit EPS circulair wordt. De EPS-ketenpartners van Stybenex zijn in actie gekomen om via verschillende pilots ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk EPS uit de sloop naar de recyclingfabriek gaat. De eerste resultaten van de pilots zijn inmiddels bekend én veelbelovend.

Inzamelen schoon EPS uit sloopprojecten

In een pilot van PS Loop en VERAS, branchevereniging voor sloopaannemers, stond de inzameling van schoon, kaal EPS centraal. Leden van de vereniging waren uitgenodigd om vrijkomend EPS uit sloopprojecten aan te bieden bij een van de inzamelpunten van PS Loop. Uiteindelijk leverden twee projecten EPS aan PS Loop. De pilot toont aan dat het technisch haalbaar is om ongecacheerd EPS uit sloopprojecten in te zamelen. De uitdaging is nu om de inzameling verder te ontwikkelen, zodat er een duurzame en bedrijfsmatige inzameling ontstaat die kostentechnisch concurreert met de huidige afvoer wijze van EPS uit de sloop. Er wordt gesproken over een vervolg van de pilot.

EPS wordt op de slooplocatie gecompacteerd door FZ Recycling (bron: VERAS)

Scheiden van EPS en bitumen

Ook de eerste resultaten uit de pilot van Kingspan Unidek, Renewi en PS Loop zijn bekend. Zij onderzoeken de technische haalbaarheid om bitumen en EPS te splitsen, zodat recycling van EPS mogelijk is. Scheiding aan de bron is nodig om dit voor elkaar te krijgen. De vrijgekomen fracties van drie bouwplaatsen zijn geanalyseerd door het Fraunhofer IVV Institut: een van de drie bleek te voldoen aan de juiste specificaties om direct te worden ingezet in het proces van PS Loop. Een tweede test is inmiddels gestart. De verwachting is dat de fracties nog zuiverder worden als de slopers op de bouwplaats gerichte instructies krijgen en de bestaande sorteerlijnen worden geoptimaliseerd.

Inleveren op de milieustraat

Particulieren kunnen nu alleen nog EPS-verpakkingen naar de milieustraat brengen. Voor EPS dat vrijkomt bij het klussen, is dat nog niet het geval. Nu er ook voor deze EPS-stroom een recycle mogelijkheid is, loont het om ook deze optie te verkennen. De Zeeuwse Reinigingsdienst (ZRD) werkt samen met Van Nieuwpoort EPS Products mee aan een pilot. Sinds januari 2022 kan op de milieustraat Terneuzen het EPS uit sloopklussen worden ingeleverd.

Toekomst

Stybenex en de EPS-ketenpartners streven ernaar om EPS voor 100 procent te recyclen en terug te brengen in het productieproces. Door zowel het inzamelingsproces als het verwerkingsproces te optimaliseren, is het mogelijk om het gebruik van fossiele grondstoffen te verminderen en bij te dragen aan een circulaire (bouw)economie. EPS met HBCD is aanwezig in gebouwen die vanaf de jaren ’70 zijn geïsoleerd en zal bij renovatie- en sloopwerkzaamheden in de komende jaren geleidelijk, maar in grotere hoeveelheden vrijkomen.

Wil je op de hoogte blijven van het laatste nieuws? Volg ons dan op Twitter en LinkedIn.

Branden op industriële platte daken met zonnepanelen: dit leren we ervan

Op steeds meer industriële platte daken komen zonnepanelen. Veel organisaties hebben hun mening al klaar over de brandveiligheid van deze daken met zonnepanelen. Met name wanneer er sprake is van kunststof isolatie in de dakconstructie. Gelukkig vinden er nauwelijks branden plaats bij deze panden. Maar wat zijn nu werkelijk de feiten van de branden die hebben plaatsgevonden? En wat kunnen we ervan leren?

Rol van isolatiematerialen

Op verzoek van Stybenex heeft Efectis Nederland onderzoek gedaan naar branden op industriële platte daken met zonnepanelen. Er vinden overigens nauwelijks branden plaats op industriële daken met zonnepanelen. Efectis kon in de periode van 2016-2021 acht branden vaststellen en beoordelen. Informatie over deze branden werd opgevraagd bij het Team Brandonderzoek van de betrokken brandweerregio’s. Ook is gebruik gemaakt van op internet beschikbare beelden. Vervolgens onderzocht Efectis van elke brand de oorzaak, ontwikkeling, eigenschappen en kenmerken. Specifiek is ook naar de rol van isolatiematerialen gekeken. De verkregen inzichten zijn door de onderzoekers benut voor het beschrijven van maatregelen die de veiligheid van platte daken met PV-systemen bevorderen.

ONDERZOEK EN TESTEN

Wat is al bekend over branduitbreiding op platte daken met zonnepanelen?

Onderzoeken op dit gebied zijn tot nu toe vooral gericht op het ontstaan van brand in een zonnepaneel of de installatie-onderdelen. Het doel van Efectis was echter om de brandontwikkeling onder zonnepanelen te onderzoeken. Drie onderzoeken onder laboratoriumcondities zijn daarvoor beschikbaar en bieden enig inzicht.

Hogere snelheid van branduitbreiding

Door de aanwezigheid van zonnepanelen op een plat dak worden vlammen omgebogen en wordt het dak daardoor aan meer warmtestraling blootgesteld dan zonder zonnepanelen. Onderzoek van de University of Edinburg laat zien dat de branduitbreidingssnelheid dan met wel een factor tien kan toenemen. Overigens is dit onderzoek op een zeer beperkte schaal uitgevoerd en niet zomaar te vertalen naar een werkelijke brand onder zonnepanelen.

Afstand tussen zonnepanelen en dak

De afstand tussen zonnepanelen en het dak blijkt van grote invloed te zijn op de temperatuur en de snelheid van vlamuitbreiding. Backsgrom en Tabaddor stellen daarbij vast dat de brandontwikkeling mede afhankelijk is van het brandgedrag van de zonnepanelen. Een Deense studie (Kristensen en Jomaas) geeft een beeld van de brandontwikkeling op een veld van zes zonnepanelen, maar geplaatst op een dak met isolatie en een PVC dakbedekking. De combinatie van isolatiematerialen (niet brandvertragend EPS met PIR en steenwol) wordt echter in Nederland nooit toegepast. Als ontstekingsbron fungeerde een houten crib met een vermogen van 30 kW. Die zorgde voor warmtestraling naar beneden, waardoor de zwaarste schade onder de crib ontstond.

ANALYSE

Analyse van acht branden in zes jaar tijd

Door internetresearch en opvraag bij Veiligheidsregio’s zijn acht branden aangetroffen met zonnepanelen op industriële platte daken. De branden vonden plaats in een tijdsperiode van zes jaar (2016-2021). Het gaat om branden in Denekamp (2016), Ede (2017), Opmeer (2018), Amsterdam (2019), Dieren (2019), Buitenpost (2019), Wateringen (2020) en Elst (2021). Over een brand in Den Bosch (2020) was onvoldoende informatie beschikbaar.

De afstand tussen panelen

Analyse van de branden laat zien dat bij rijen zonnepanelen die minder dan een halve meter van elkaar liggen, de brand zich over en onder de panelen verder ontwikkelt. Daarbij maakt het niet uit welk type dakbedekking of isolatiemateriaal aanwezig is.

Branduitbreiding via de dakbedekking

Bij de meeste branden is de brandontwikkeling beperkt gebleven tot het gebied van de zonnepanelen.

Daar waar de zonnepanelen branden en er geen ballast (in de vorm van grind of tegels) op het dak aanwezig is, zal de dakbedekking aan de verbranding deelnemen en zal (ongeacht het type dakbedekking en isolatie) de isolatie beschadigd raken of aan de verbranding deelnemen. Buiten het gebied waar de zonnepanelen liggen, is de brandontwikkeling over het dak gelijk aan een normale brandontwikkeling op een plat dak en afhankelijk van de toegepaste materialen.

Branduitbreiding naar binnen

Wanneer sprake is van openingen of sparingen in het dakvlak, zoals bij doorvoeringen en daklichten, kan branduitbreiding naar binnen plaatsvinden. Bij de onderzochte branden zijn risicovolle situaties aangetroffen, met diverse typen dakbedekkingen en isolaties, die voor branduitbreiding via sparingen had kunnen zorgen.

De toepassing van geperforeerde dakplaten met akoestische isolatie in PE zakken zorgt voor onvoldoende brandwerendheid om uitbreiding naar binnen als gevolg van een brand op een dak met smeltende dak- en installatiematerialen voorkomen.

Uitbreiding langs kabels

Bij brand in de installatie behorende bij de zonnepanelen kan de brand zich ongeacht het type dakbedekking en isolatie langs de kabels uitbreiden naar de zonnepanelen en andere delen van het gebouw.

Brandwerende scheiding

Bij geen van de onderzochte branden is de brand uitgebreid tot voorbij een brandwerende scheiding.

AANBEVELINGEN

De energietransitie gaat snel en dat geldt ook voor de kwaliteitseisen die inmiddels worden gesteld aan de te installeren producten, de installatie ervan en de ondergrond (brandwerendheid en constructieve veiligheid). Ondanks de eisen aan de zonnestroominstallatie op een bedrijfsdak (inspectieprotocol SCIOS Scope 12-keuring), is het nooit volledig te voorkomen dat er brand ontstaat. Uit het analyse van Efectis volgen aanbevelingen die zijn onderscheiden naar preventie van brandontwikkeling en preventie van branduitbreiding.

Preventie en beperken brandontwikkeling

Brandoorzaak in schakelkast/omvormer: 

>Schakelkast op onbrandbare ondergrond

Wanneer brand ontstaat in een schakelkast kan een brand zich van daaruit ontwikkelen over het oppervlak van het dak. De eerste ontwikkeling kan tegengehouden worden door het plaatsen van de kast op een onbrandbare ondergrond, zoals betontegels. Rondom de kast kan bijvoorbeeld met twee stroken betontegels van 30x30cm het dakoppervlak afgeschermd worden zodat de eerste brandontwikkeling wordt beperkt.

>Brandwerende voorziening kabelgoot

Vanuit de schakelkast zal de brand zich als gevolg van een kortsluiting in de kabels vrijwel altijd in de richting van de zonnepanelen ontwikkelen. Daarom is het van belang om ervoor te zorgen dat de kabels vrijgehouden worden van het dakoppervlak en er bij voorkeur een brandwerende voorziening aangebracht wordt tussen de kabelgoot en het dakoppervlak. Dit kan vormgegeven worden door de kabelgoot bijvoorbeeld op een strook betontegels te plaatsen.

Brandoorzaak in de zonnepanelen en de apparatuur onder de zonnepanelen:

Als er brand in de zonnepanelen of de apparatuur onder de panelen ontstaat, moet men ervan uitgaan dat de brand ongehinderd zal uitbreiden over het veld zonnepanelen en de dakbedekking en isolatie zal (ongeacht het type isolatie) beschadigd raken.

>Metalen ondersteuningsconstructies

Om de brandontwikkeling met name onder de panelen zoveel mogelijk te beperken, zou het gebruik van kunststoffen in de ondersteuningsconstructie van de zonnepanelen beperkt kunnen worden. Gebruik van metalen ondersteuningsconstructies beperkt de ontwikkeling van de brand. In de lijn met de denkwijze achter de uitzonderingen in het Bouwbesluit zou er dan maximaal 5% kunststof in de ondersteuningsconstructie toegepast mogen worden.

>Voldoen aan testmethoden en normen

Een vanzelfsprekende aanbeveling is om de zonnepanelen en de ondersteuningsconstructie in combinatie met de dakbedekking te beoordelen met een nog te ontwikkelen testmethode. De NEN-werkgroep ‘Brandveiligheid van PV-panelen in en op de gebouwschil’ werkt inmiddels naar een systeem dat meer duidelijkheid geeft over de relatie tussen het effect van een potentiële brand en de kans op deze brand, bij toevoeging van een zonnestroomsysteem aan een gebouw. De inzichten uit het Efectis-onderzoek kunnen daarbij behulpzaam zijn.

Aansluitend op de huidige testmethodes adviseert Efectis om de dakconstructie ten minste te laten voldoen aan klasse Broof t1 in overeenstemming met EN 13501-5 (Brandclassificatie van bouwproducten en bouwdelen) of aan de classificatie niet brandgevaarlijk conform NEN 6063 (Brandgevaarlijkheid dak bij vliegvuur).

Daarnaast is er de NEN 7250; de norm voor de integratie van zonnepanelen en zonnecollectoren (zonneboilers) in gebouwen. Deze norm is niet aangewezen in het Bouwbesluit, maar bij toepassing ervan zou men wel voldoen aan de beginselen en eisen van veiligheid en bruikbaarheid van constructies. Efectis adviseert daarom de prestatie-eisen van NEN 7250 te hanteren.

>Ballast onder zonnepanelen

Voor een dak voorzien van ballast adviseert Efectis om het grind – of als alternatief betontegels – ook onder de zonnepanelen aan te brengen om zo de aanstraling van de dakbedekking te voorkomen en verdere brandontwikkeling te beperken.

Een andere mogelijkheid is om tussen de zonnepanelen en het dak een plaat aan te brengen waardoor directe warmtestraling naar en vlamcontact met de dakbedekking voorkomen wordt.

Preventie en beperken branduitbreiding

Branduitbreiding naar binnen:

> Afstand tussen zonnepanelen en doorvoeren en daklichten

Ongeacht het toegepaste type isolatie kan er uitbreiding naar binnen toe plaatsvinden via doorvoeringen, openingen in de dakplaat en via daklichten en lichtstraten. Rondom daklichten en doorvoeringen adviseert Efectis daarom de zonnepanelen op een voldoende veilige afstand te plaatsen.

>Barrière bij geperforeerde dakplaat

Wanneer een geperforeerde dakplaat is toegepast in combinatie met bij brand smeltende materialen kan er een open verbinding ontstaan tussen de zonnepanelen en de binnenruimte. Er bestaat dan een kans op branduitbreiding naar binnen. Bij toepassing van een geperforeerde dakplaat adviseert Efectis om een barrière aan te brengen waardoor een brandwerend dak ontstaat en geen risico van branduitbreiding naar de binnenruimte plaatsvindt. Gedacht kan worden aan het aanbrengen van een vlamdichte plaat tussen zonnepanelen en dak of een brandwerende beplating aan de onderzijde van de isolatie of aan de onderzijde van de dakplaat.

Branduitbreiding naar ander brandcompartiment:

Bij geen van de branden was sprake van branduitbreiding naar een ander brandcompartiment. Branduitbreiding naar een ander compartiment kan voorkomen worden door de gebruikelijke brandwerende scheidingen in een dakconstructie. Bij een doorlopende geprofileerde staalplaat over de brandscheiding gebeurt dit door onderbreking van brandbare isolatie door middel van steenwol en een strook betontegels boven de brandwerende scheiding. Voor nieuwbouwsituaties kan de breedte van de tegelstrook worden bepaald aan de hand van een beschouwing conform NEN 6068 (methode voor de bepaling van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen ruimten in gebouwen).

VERVOLGONDERZOEK

Om meer inzicht te krijgen in het verloop van een brand op een industrieel plat dak met zonnepanelen kan men denken aan de volgende vervolgonderzoeken:

  • Er vinden nauwelijks branden plaats op industriële daken met zonnepanelen, informatie wordt niet verspreid en inzichten (dus) niet gedeeld. De kennis over deze branden wordt vergroot wanneer brandonderzoeksteams van de Brandweer, IFV en schade-experts van verzekeraars meer gedetailleerd informatie verzamelen en analyseren over branden op industriële platte daken met zonnepanelen;
  • Praktijktesten met verschillende zonnepanelen systemen op diverse daktypes om het brandverloop te bepalen;
  • Praktijktesten in combinatie met warmtestralingsberekeningen om de veilige afstand tussen zonnepanelen en openingen in het dak te bepalen.

Foto: Team Brandonderzoek VRH

Wil je op de hoogte blijven van het laatste nieuws? Volg ons dan op Twitter en LinkedIn.

Stybenex is lid van EUMEPS.

Stybenex is lid van de Nederlandse Isolatie Industrie.

Meer informatie?
Rogier Goes vertelt u graag meer over Stybenex en EPS. Mail naar r.goes@stybenex.nl of bel met Rogier Goes op telefoonnummer +31 6 10975826.